_dsc2119b_0De eerste ervaringen zijn op z’n zachtst gezegd overweldigend, maar ik voel me hier inmiddels al helemaal op m’n plek. Als je de oude stad, de Medina, van Marrakech binnenloopt heb je enerzijds het idee dat je 50 jaar teruggaat in de tijd, maar anderzijds zijn alle moderne gemakken aanwezig. Kortom, een geweldige ervaring.

Het eerste wat opvalt is de enorme chaos en drukte op straat, de brommers/motoren razen je aan alle kanten voorbij, zelfs door de smalste straatjes. Je komt er al gauw achter dat het wel georganiseerde chaos is, ongelukken vinden zelden of nooit plaats. Tijdens mijn eerste rondje door de Medina kreeg ik al hasj en viagra aangeboden, ik heb vriendelijk bedankt. Het is de vastenmaand Ramadan, dus overdag slapen en chillen de locals en als de zon onder gaat komt het echt tot leven op straat. Uiteraard vast ik mee, zo heb ik de heenreis ruim vier! uur gevast. Wat een respectvolle knul ben ik toch. Zelfs in de plaatselijk sportschool heb ik een poging gewaagd om niet te drinken, maar dat ging me net te ver. De meeste avonden ‘ontbijt’ ik met m’n plaatselijke familie, om 19.45 uur gaat de zon onder en dan is het tijd voor een feestmaaltijd met Marokkaanse specialiteiten. Het lokale voedsel is over het algemeen heerlijk, al mag er wat mij betreft wat minder zoetigheid geserveerd worden. Daarna gaan de meeste locals de straat op om te bidden, thee te drinken en te kaarten tot de zon weer opkomt rond 03.45 uur. De meeste mannen en jongens dragen dan een djellaba, een islamitisch gewaad. Zo zat ik zaterdagavond in een café met allemaal mannen in jurken de finale van de Copa America te kijken. Voetbal laat zich niet tegen houden door een beetje religie.
De mensen zijn erg vriendelijk. Op straat is het echter moeilijk in te schatten of dit oprecht is of dat ze iets aan je denken te verdienen. Als je de mensen eenmaal kent zijn ze enorm hartelijk en laten ze geen mogelijkheid onbenut om te knuffelen. In het begin is dat nogal wennen voor een nuchtere Hollander, kan ik je melden. Nu we het toch over knuffelen hebben, Marokkaanse vrouwen zijn over het algemeen beeldschoon. In de Medina zijn bijna alle vrouwen gesluierd dus ze geven weinig van hun schoonheid prijs. Maar die ogen… Die adembenemend mooie ogen… Ze kijken je soms verlegen en soms zelfs een beetje ondeugend en brutaal aan. En ik? Ik sta meestal met een mond vol tanden, geen idee hoe ik moet reageren. Soms verzamel ik al mijn moed en stamel ik ‘Salam Aleikum’, een verlegen glimlach die m’n hoofd op hol brengt is het antwoord dat ik krijg. Daar moet ik het mee doen, voorlopig. Ik ben overigens een regelrechte hit op Tinder, maar dat geheel terzijde.
Ik heb inmiddels Arabische les gevolgd, dus ik kan mee een beetje verstaanbaar maken. Men spreekt hier Darija, de Marokkaanse versie van het Arabisch. Zelf geef ik Nederlandse les aan locals, de studenten zijn enorm leergierig en vragen me het hemd van het lijf. De meisjes willen vooral lieve woorden leren om te zeggen tegen Nederlandse jongens. De jongens vooral slechte woorden, het diepzinnige ‘****** in de keuken’ is ook hier een befaamd Nederlands gezegde. Uiteraard ken ik m’n verantwoordelijk als leraar en werk ik hier niet aan mee.
De islam is hier overal aanwezig, vooral tijdens de Ramadan is het erg druk bij de vele Moskeeën die Marrakech rijk is. Helaas zijn toeristen en buitenstaanders niet welkom in de moskee, zoals bijvoorbeeld in Istanbul wel het geval is. Je kunt vanaf een afstandje kijken hoe de gelovigen buiten de moskee bidden, maar als je te dichtbij komt word je tegengehouden door agenten met imposante machinegeweren. De angst voor IS houdt ook Marokko in zijn greep en met name de moskeeën zijn zwaar beveiligd. Deze zien er overigens een beetje calvinistisch uit, dat wil zeggen dat het gebedshuizen zonder poespas zijn. Soms kun je alleen aan de minaret zien dat het een moskee is. De gebouwen in de oude stad mogen niet boven de minaret uitstijgen, dus er is weinig hoogbouw. In het nieuwe gedeelte van de stad is op gebied van architectuur en vrouwen alles anders, maar daarover volgende week meer.

De ervaringen zijn gewoon te veel om allemaal hier neer te pennen, of in ieder geval wil ik jullie dat niet aandoen. Ja ik ken jullie, te veel informatie in één keer kunnen jullie simpelweg niet verwerken.
Daarom: tot volgende week, of tot ooit.

Inshallah

Via een blog met deze weinig originele titel hoop ik jullie de komende weken op de hoogte te houden van mijn ervaringen in Marokko. Deze titel heb ik gekozen omdat ik geïnspireerd ben door de alom geprezen serie Onze man in Teheran van Thomas Erdbrink. Het mooie aan deze serie is dat juist het persoonlijke karakter een fascinerende inkijk geeft in een, voor ons westerlingen, ongrijpbare wereld. Nu weet ik ook wel dat Teheran en Marrakech werelden van verschil zijn, maar toch hoop ik vanuit deze standplaats een kijkje te geven in de Arabische cultuur en religie.

Waarom ga je juist naar Marrakech of all places? Ten eerste vooral omdat het op mijn pad kwam. Ik was op zoek naar een internship in Afrika of Zuid-Amerika en toen tipte een Duitse vriend me over dit project. Het is de bedoeling dat ik content ga schrijven voor een reisapp, vanuit Nederlands perspectief. Je zult begrijpen dat de culturele verschillen tussen het conservatieve Marokko en het liberale Nederland nogal groot zijn: aan mij de taak om dit te verwoorden en een gulden middenweg te vinden voor Nederlandse toeristen. Verder zal ik de sociale media bijhouden en af en toe Engelse les geven. Kortom, ik ga drie van mijn grootse passies combineren: reizen, schrijven en onderwijzen.
De tweede reden is echter mijn grootste drijfveer, namelijk een enorme fascinatie voor de Arabische wereld. Er is geen plek ter wereld waar de politieke situatie interessanter en complexer is dan het Midden-Oosten. Ik weet dat Marokko niet tot het Midden-Oosten behoort maar het is voor mij een unieke kans om me meer te verdiepen in de Arabische en islamitische cultuur. Wat vind ik zo fascinerend aan de Arabische wereld? De onderwerping aan gezag, de nederigheid, de rol van religie, het belang van tradities, het leven voor iets groters. Eigenlijk alles waar wij in ons liberale, seculiere Westen zo tegen zijn. Ik ben opgegroeid met het Midden-Oosten als brandhaard. Het conflict tussen Israël en de Palestijnen. De aanslagen van 11 september 2001 en de daaropvolgende oorlogen in Irak en Afghanistan. De angst dat Saddam Hoessein met zijn massavernietigingswapens (die hij achteraf niet bleek te hebben) de wereld zou vernietigen. Ik zat aan de krant gekluisterd, een tv hadden mijn ouders niet vanwege religieuze principes. De jubelstemming die de Arabische Lente in eerste instantie teweegbracht en de puinhopen die het achterliet. De oorlog in Syrië, de opkomst van IS en de dubieuze rol die het Westen bij dit alles gespeeld heeft en nog steeds speelt. De lijst is onuitputtelijk.

Deze ontwikkelingen hebben mijn interesse in de Arabische wereld versterkt. Daarnaast ben ik door mijn afkomst (Bible Belt) altijd al geïnteresseerd geweest in de relatie tussen politiek en religie. Ik denk dat, ondanks wat vele ‘deskundigen’ beweren, politiek en religie voor fundamentalisten niet los van elkaar te zien is. En met fundamentalisten bedoel ik geen extremisten, maar gelovigen die hun heilige boek letterlijk interpreteren en geen andere interpretatie dulden. Dit alles heeft ervoor gezorgd dat ik zelf een ‘deskundige’ wil worden op het gebied van het Midden-Oosten, hoewel ik weet dat dit een mission impossible is. Een master Midden-Oosten studies is waarschijnlijk dan ook de volgende stap in mijn academische carrière, maar ik ben me er terdege van bewust dat zelfs een leven lang studeren te kort is om deze complexiteit te vatten. Vandaar dat ik niet alleen vanuit mijn westerse wereldje de betweter wil uithangen, maar de cultuur zelf ook wil ervaren. Het paradoxale daaraan is dat je enerzijds dichtbij moet staan om te begrijpen en eventueel te verklaren, maar anderzijds afstand moet houden om je kritische blik niet te verliezen. Kortom, een mooie uitdaging. In deel 2 van deze serie meer over het land Marokko.

‘That’s right, and the answer to that cannot be the usual Leftist reactions of tolerance and understanding. No! By doing so, liberalism would undermine itself little by little. We have a right to set limits. We feel too guilty in Europe — our multicultural tolerance is the effluent of a bad conscience, of a guilt complex that could cause Europe to perish. The greatest threat to Europe is its inertia, its retreat into a culture of apathy and general relativism. I am dogmatic in that sense. Freedom cannot be sustained without a certain amount of dogmatism. I don’t want to cast doubt on everything or question everything. Liberal dogmatism is based on what Hegel called moral substance. That’s why I am also against every form of political correctness, which attempts to control something that should be a part of our moral substance with societal or legal bans.’

‘Tolerance is not a solution there. What we need is what the Germans call a Leitkultur, a higher leading culture that regulates the way in which the subcultures interact. Multiculturalism, with its mutual respect for the sensitivities of the others, no longer works when it gets to this “impossible-à-supporter” stage. Devout Muslims find it impossible to tolerate our blasphemous images and our disrespectful humor, which constitute a part of our freedom. But the West, with its liberal practices, also finds forced marriages or the segregation of women, which are a part of Muslim life, to be intolerable. That’s why I, as a Leftist, argue that we need to create our own leading culture.’

http://www.spiegel.de/…/slavoj-zizek-greatest-threat-to-eur…

Dit artikel verscheen in december 2014 eveneens in de wintereditie van de Studentenkortingskrant 

De Islamitische Staat beheerst al enkele maanden alle nieuwsuitzendingen. Met professionele video’s tonen de terroristen vol trots hun gruweldaden aan de wereld. Onthoofdingen van ongelovigen zijn aan de orde van de dag. In het Westen wordt vooral met afschuw gereageerd, maar ook hier wekt IS sympathie op bij sommigen. Wie zijn deze wrede strijders en hoe kunnen we ze bestrijden?

Het huidige jihadisme vindt zijn oorsprong in de jaren 80 van de vorige eeuw. De Sovjet Unie valt Afghanistan binnen en de Verenigde Staten besluiten de Afghanen te steunen in hun strijd tegen de Russen. Een vrij logisch besluit aangezien de Sovjet Unie op dat moment aartsvijand nummer één is, maar ook een besluit dat grote gevolgen zal hebben. Eén van de leiders van deze strijd is Osama Bin Laden die in 1988, mede dankzij de wapens van de Amerikanen, Al Qaeda opricht. Deze groepering stelt zich tot doel een islamitisch kalifaat te stichten en niet-islamitische regimes omver te werpen. Al Qaeda verwerft wereldwijde bekendheid door de aanslagen van 11 september 2001 waarbij bijna 3000 Amerikanen het leven laten. Hierop verklaart George W. Bush het islamitisch terrorisme de oorlog met de ferme woorden: “Either you are with us, or you are with the terrorists”, oftewel het is wij tegen zij. Het begin van een oorlog die door velen wordt gezien als een strijd van ‘het Westen’ tegen ‘de islam’.

Na de val van Saddam Hoessein in 2003 komt in Irak een sjiitisch bewind aan de macht en wordt het complete soennitische leger naar huis gestuurd. De sjiieten onderdrukken en discrimineren de soennieten en er komt steeds meer weerstand onder de getrainde werkloze militairen. De leider van het inmiddels geminimaliseerde Al Qaeda, Abu Bakr al-Bagdadi, maakt handig gebruik van de ontwikkelingen en richt de Islamitische Staat in Irak op om de soennitische Irakezen te beschermen en de ‘ware islam’ te verdedigen. In 2011 wordt het strijdtoneel verlegd naar Syrië waar een hevige burgeroorlog aan de gang is om Bashar al-Assad van de troon te stoten. Assad voert al jaren een schrikbewind tegen zijn eigen bevolking en met name de soennieten moeten het ontgelden. In de schaduw van deze burgeroorlog ontwikkelt IS zich tot een professionele, slagvaardige organisatie. Men onderscheidt zich van andere terreurorganisaties als Al Qaeda en Jahbat al Nusra door als een echt leger te opereren, met getrainde strijders die dezelfde uniformen dragen. De organisatie is met een geschat vermogen van 2 miljard dollar de rijkste terreurbeweging ter wereld en haalt haar inkomsten voornamelijk uit olie. IS sticht in juni 2014 een kalifaat en al-Bagdadi wordt uitgeroepen tot kalief, dat wil zeggen dat hij wordt gezien als opvolger van de profeet Mohammed. Het grondgebied van het kalifaat strekt zich uit over grote delen van Syrië en Irak, maar volgens IS moeten alle moslims de kalief erkennen. De Islamitische Staat heeft een officiële regering en heft belastingen. Binnen deze staat worden soennieten, die jarenlang zijn onderdrukt, goed behandeld. Ongelovigen daarentegen worden dagelijks gediscrimineerd, mishandeld en vermoord. Dit zijn met name sjiieten, yezidi’s en christenen. Ondertussen kijkt het Westen toe.

Dit verandert als IS video’s van onthoofdingen van Westerlingen openbaar maakt. De Amerikanen James Foley en Steven Sotloff  en de Britten David Haines en Alan Henning  worden voor het oog van de wereld op beestachtige wijze van het leven beroofd. De boodschap is duidelijk: we zijn voor niemand bang en geen ongelovige is veilig. Het is ook een duidelijke provocatie, een uitnodiging aan het Westen om zich te mengen in deze oorlog. Een uitnodiging waar Barack Obama dan ook geen nee tegen kan zeggen: “When people harm Americans anywhere, we do what is necessary to see the justice is done. And we act against ISIL, standing alongside others”. In september 2014 begint de zogenaamde coalition of the willing, waaronder Nederland, met het bombarderen van IS-doelwitten.

De vraag die rijst is of het jihadisme uit te roeien is met bombardementen. Het antwoord is nee, en dat weet Obama ook. Maar heeft Obama een keuze? Er worden Amerikaanse staatsburgers voor het oog van de hele wereld op gruwelijke wijze gedood. Het Amerikaanse volk voelt zich in haar ziel aangevallen. De wereld kijkt naar de VS: dit kan zo’n machtig land niet laten gebeuren. Iedereen verwacht harde maatregelen. Er is hier sprake van een CNN-effect: de hele wereld heeft kunnen zien wat er gebeurd is, dus moet Obama wel ingrijpen. Doet hij dat niet dan wordt hem slecht leiderschap verweten en zal de rest van de wereld zich afvragen of de VS nog wel een supermacht is.
IS zou idealiter bestreden moeten worden via geheime operaties. De kopstukken van de organisatie dienen te verdwijnen zonder dat de rest van de wereld het doorheeft. Maar het ‘vrije Westen’ wil zichtbare actie en voldoet daarmee aan de wensen van IS. Moslimfundamentalisten zullen zich gesterkt voelen in hun visie dat het Westen de islam wil vernietigen en de populariteit van het jihadisme zal alleen maar toenemen. Sinds de bombardementen zoeken andere terreurorganisaties als Al Qaeda en Jahbat al Nusra toenadering tot IS om samen te strijden tegen de gemeenschappelijke vijand, het Westen. De Amerikaanse politicoloog Samuel Huntington waarschuwde in 1993 al voor een botsing tussen het Westen en de islamitische wereld. Het Westen heeft de gewoonte om haar denkbeelden en belangen aan andere beschavingen op te dringen terwijl daar helemaal geen behoefte aan is. Het recente verleden leert ons dat het jihadisme juist garen spint bij oorlogen in het Midden-Oosten. Huntington lijkt helaas gelijk te krijgen, het moslimfundamentalisme bloeit als nooit tevoren mede dankzij het Westen. IS zal misschien verslagen worden maar het jihadisme zal alleen maar groeien.

Jaap van Ark

Soms voel ik een hevige behoefte om een kerk te betreden. Niet omdat ik in de boodschap geloof, maar ik heb de schoonheid nodig. Ik wil de klanken van het orgel en het gezang horen. Ik wil de machtige woorden van de bijbel lezen. Ik heb de magische kracht van hun poëzie nodig als verzet tegen de verwaarlozing van de taal. Ik heb de eerbied en verhevenheid nodig als verzet tegen de oppervlakkigheid en de stompzinnigheid.
Diezelfde kerk vervult mij echter met afschuw. De kerk die zegt zeker te weten. De kerk die niet openstaat voor andere denkbeelden. De kerk die het zelfstandig denken verbiedt. De kerk die alles wat het leven de moeite waard maakt als zonde ziet. Hoe kunnen we gelukkig zijn zonder nieuwsgierigheid, zonder vragen, zonder twijfel en zonder argumenten? Hoe kunnen we gelukkig zijn zonder te denken?
Als ik zelf ooit een geloof had kunnen kiezen was ik waarschijnlijk een aanhanger van het katholicisme. Niet omdat ik me aangetrokken voel tot minderjarige jongetjes, maar omdat katholieken schoonheid waarderen. Calvinisten daarentegen verfoeien alles wat met schoonheid en vreugde te maken heeft. Het calvinisme heeft de kerk veranderd in een kille loods die geen andere functie heeft dan het gebed van de gelovigen te beschermen tegen de weersomstandigheden.

Toch betreed ik soms stilletjes een kerk en laat de dogmatiek langs me heengaan om vervolgens in de esthetiek op te gaan.

Geïnspireerd door Pascal Mercier, Milan Kundera en Lady X.