Post Tagged ‘Terrorisme’

13331163_10206759353326565_5027061381905030837_nInleiding

Sinds 11 september 2001 is het Westen in de ban van islamitisch terrorisme, er volgden aanslagen in Madrid, Londen, Parijs, Brussel en vele aanslagen buiten Europa met talloze doden tot gevolg. Met de opkomst van de Islamitische Staat (IS) is de frequentie van islamitisch gelegitimeerde aanslagen alleen maar toegenomen. Kranten en tv-uitzendingen worden dagelijks gevuld met berichten over de oorlog in Syrië en aanslagen elders ter wereld. In Europese steden heerst angst voor nieuwe aanslagen en ook politici zijn naarstig op zoek naar antwoorden. Honderden West-Europese jongeren voelen zich aangetrokken tot het jihadisme. Ze vertrekken naar Syrië om zich te mengen in de burgeroorlog of sluiten zich in eigen land aan bij een jihadistisch netwerk. Opvallend bij de meest recente aanslagen in Parijs en Brussel is de rol die België en in het bijzonder Brussel speelt. De daders en verdachten van deze aanslagen hebben allemaal banden met een terreurnetwerk dat groeide en bloeide in inmiddels beruchte Brusselse deelgemeenten als Molenbeek en Schaarbeek. Het gaat in de meeste gevallen om in België geboren jongeren met een Marokkaanse achtergrond. Waarom zijn juist deze jongeren zo gevoelig voor radicalisering? Is het toeval, of zijn er andere factoren die een grote rol spelen? Tot nu toe lijken maatregelen om radicalisering en terroristische aanslagen tegen te gaan nog niet echt te werken. Essentieel bij het maken van passend beleid is het begrijpen van deze jongeren. Wat drijft hen en wat kunnen we doen om hun drijfveren te veranderen? Daarom ga ik in dit paper op zoek naar de oorzaken van de radicalisering van de leden van het Brusselse terreurnetwerk.
Uit bovenstaande blijkt evident de maatschappelijke relevantie van dit onderzoek. De wetenschappelijke relevantie is echter ook zeer groot. Er zijn grofweg twee stromingen die de oorzaken van terrorisme verklaren, de ene stroming stelt dat de oorzaken vooral sociaaleconomisch van aard zijn en de andere dat de oorzaken vooral ideologisch van aard zijn. Het debat gaat vaak tussen ‘het heeft niets met de islam te maken’ en ‘het heeft alles met de islam te maken’. De Franse islamexpert Olivier Roy stelt echter dat het tegenover elkaar stellen van deze twee stromingen leidt tot een impasse. Volgens hem is er niet zozeer sprake van een radicalisering van de islam, maar eerder van een islamisering van radicalisme. De oorzaken zijn dus niet vooral sociaaleconomisch of ideologisch van aard, maar eerder psychologisch (De Groene Amsterdammer, 2015). In het theoretisch kader werk ik deze drie theorieën verder uit en pas ik ze vervolgens toe op de leden van het Brusselse terreurnetwerk. Passen zij in het plaatje dat Roy schetst of spelen sociaaleconomische en/of ideologische factoren wel degelijk een grote rol? Het is niet eenvoudig om achter de individuele drijfveren van deze personen te komen, maar ik hoop een soort rode draad te ontdekken en op die manier een bijdrage te leveren aan het verklaren van de aantrekkingskracht van het jihadisme.

 

 

Theoretisch Kader

Het wetenschappelijke debat over islamitisch terrorisme speelt zich al enige tijd af tussen twee dominante stromingen. De ene stroming stelt dat de oorzaken vooral op sociaaleconomisch vlak te vinden zijn en de andere stroming meent dat de oorzaken vooral ideologisch van aard zijn. In 2007 voegde de Franse islamdeskundige Olivier Roy daar een theorie aan toe die psychologische factoren als de grootste oorzaak ziet.

Sociaaleconomische factoren
Over de eerste stroming kan ik vrij kort zijn omdat deze theorie niet specifiek geldt voor islamitisch terrorisme maar op allerlei vlakken van de samenleving wordt toegepast. Verschillende wetenschappers gaan ervan uit dat economische condities een grote rol spelen bij het ontstaan van terrorisme. Armoede en inkomensongelijkheid dragen bij aan een gevoel van deprivatie en onrecht, zodoende ontstaan er politieke spanningen. Mensen die weinig te verliezen hebben zijn gevoeliger voor radicalisering zo is de redenering. Volgens deze theorie is het belangrijkste wapen tegen terrorisme dan ook het tegengaan van armoede en ongelijkheid (Wolfensohn, 2002). Hoewel dit heel voor de hand liggend lijkt, blijkt uit verschillende cases dat deze theorie niet altijd opgaat. De aanslagen van 11 september 2001 op de Twin Towers werden bijvoorbeeld gepleegd door hoogopgeleide terroristen, geleid door een rijke religieuze fanaticus (Burgoon, 2006).

Ideologische factoren
Anderen stellen dat het islamitisch terrorisme vooral gedreven wordt door ideologie, oftewel een bepaalde interpretatie van de islam. Graeme Wood, als politicoloog verbonden aan Yale University deed voor het kwaliteitstijdschrift The Atlantic onderzoek naar IS en kwam tot de volgende conclusie: “The reality is that the Islamic State is Islamic. Very Islamic. Yes, it has attracted psychopaths and adventure seekers, drawn largely from the disaffected populations of the Middle East and Europe. But the religion preached by its most ardent followers derives from coherent and even learned interpretations of Islam.” (Wood, 2015). Volgens hem zijn de oorzaken dus van religieuze aard en speelt de islam een belangrijke rol, tenminste in het geval van IS. Deze groep legitimeert elke daad met theologische teksten uit de Koran of de Hadith. Om iets meer te begrijpen van deze ideologie en hoe deze ideologie tot terrorisme kan leiden is enige kennis van de islam, en met name van het salafisme, nodig. Deze fundamentalistische stroming, ook wel wahabisme genoemd, is afkomstig uit Saoedi Arabië en predikt zuiverheid van de leer en puritanisme. De term salaf verwijst naar de eerste vrome moslims, met als ultieme voorbeeld de profeet Mohammed. Het doel is het strikt repliceren van de islam ten tijde van de eerste rechtschapen moslims. Volgens salafisten is de Koran het letterlijke woord van God en is er maar één interpretatie mogelijk die te allen tijde geldt. Daarnaast hangen salafisten een doctrine van isolatie aan, dit houdt in dat zij zich moeten isoleren van de rest van de wereld en dus niet mogen deelnemen aan het dagelijks leven zoals anderen dat doen (Wiktorowicz, 2006).
Ondanks dat de leer van salafisme vrij éénduidig is, geven volgelingen hier toch een andere invulling aan. Ten eerste zijn er puristen, zij streven ernaar zo strikt mogelijk volgens de Koran en Hadith te leven maar bemoeien zich niet met aardse aangelegenheden. Geweld keuren ze dan ook af. Ten tweede zijn er politieke salafisten, zij streven een islamitische wereldorde na en keuren het gebruik van geweld daarbij niet af. Ten slotte zijn er jihadisten, zij zien het als hun religieuze plicht om een heilige oorlog te voeren tegen een ieder die niet de zuiver islam aanhangt. Veruit het grootste gedeelte van de salafisten behoort tot de eerste groep en is dus niet direct gevaarlijk. De tweede groep is aanzienlijk kleiner en vormt een potentieel gevaar omdat de scheiding tussen politieke salafisme en jihadisme niet altijd even duidelijk is. Jihadisten ten slotte vormen slechts een kleine minderheid van het salafisme, maar zijn een direct gevaar voor de samenleving (Wiktorowicz, 2006).
Wetenschappers die ervan uitgaan dat ideologische motieven een belangrijke rol spelen denken dat de oplossing van het probleem dan ook vooral binnen de ummah (moslimgemeenschap) te vinden is. De moslimgemeenschap moet zich hervormen en opstaan tegen salafistische en jihadistische denkers. Ook deze theorie lijkt vrij voor de hand liggend. Moslims worden in religieuze teksten opgeroepen de wapens op te pakken en vrome moslims geven hieraan gehoor. De vraag is echter of deze religieuze teksten gelden als inspiratie voor geweld of als excuus.

Psychologische factoren
Volgens de Franse islamexpert Olivier Roy is het laatste het geval, de islam dient niet zozeer als inspiratie maar vooral als een excuus. The question is not the radicalization of Islam, but the Islamization of radicalism” (Roy, 2016). Hij stelt dat West-Europese terroristen allemaal dezelfde patronen delen. Het zijn veelal tweede generatie moslims die een opleiding in het Westen hebben gevolgd en een westerse taal spreken. Ze hebben een ‘normale’ opvoeding genoten zonder verdachte religieuze praktijken, ze zijn te vinden in nachtclubs waar ze alcohol drinken en achter de vrouwen aangaan. De meesten van hen zijn wedergeboren moslims, ze werden pas in Europa bewust moslim. Ze representeren geen islamitische traditie, sterker nog ze breken met de gematigde religie van hun ouders (Roy, 2007, p. 52). De radicalisering van de Westerse moslimjeugd wordt vaak gezien als een spill-over effect van de crisis in het Midden-Oosten. Maar volgens Roy klopt dit niet, de terroristen komen zelden uit Palestina, Afghanistan of Irak en veel vaker uit landen als Marokko of Pakistan. “In a word, there is no relation between the geographical map of the radicalization and the map of existing conflicts” (Roy, 2007, p. 54).
Ook is er volgens Roy geen specifiek sociologisch profiel dat deze radicalen verbindt aan een bepaalde sociaaleconomische situatie. Veel van deze jongeren komen uit lagere klassen, maar dat geldt voor een hele grote groep waarvan het merendeel niet radicaliseert. “Frustration is obviously a key element in their radicalization, but has more to do with a psychological than a social or economic dimension” (Roy, 2007, p. 55). Radicalisering vindt plaats binnen het kader van een kleine groep lokale vrienden, die elkaar vaak hebben ontmoet in een jeugdbende of de gevangenis. Een gemeenschappelijke deler vinden de radicalen in reconstrueren van ‘het zelf’ door actie. Ze zijn meer op zoek naar spectaculaire actie dan naar het bouwen van een constructieve politieke basis voor hun idealen. Dit kortetermijndenken is waarschijnlijk ook hun grootste zwakte. Een ander belangrijk element is het mixen van islamitische terminologie met een typisch Westers anti-imperialisme en derdewereld radicalisme. Hun doel is hetzelfde als de westerse ultralinkse bewegingen uit de jaren ’70 ,aldus Roy. “The Western-based Islamic terrorists are not the militant vanguard of the Muslim community; they are a lost generation, unmoored from traditional societies and cultures, frustrated by a Western society that does not meet their expectations” (Roy, 2007, p.55).
De oplossing ligt volgens Roy bij een Europese of westerse islam. De islam moet geaccepteerd worden als een westerse godsdienst en moslims als westerse burgers. Dit betekent niet per definitie een liberale islam, het christendom is immers ook niet liberaal, maar het betekent dat westerse waarden zich ontwikkelen binnen de islam. Om dit te bewerkstelligen moeten buitenlandse geldstromen uit bijvoorbeeld Turkije en Saoedi-Arabië naar moskeeën worden afgesneden, want deze landen hebben absoluut geen westerse islam voor ogen. Verder moet er volgens Roy vooral geluisterd worden naar jonge westerse moslims (Roy, 2007, p. 59-60).               

 

 

Methode

De analyse van de oorzaken van radicalisering en terrorisme in Brussel bestaat uit het toepassen van de drie eerder beschreven theorieën op de case Brussel. Eerst onderzoek ik hoe het gesteld is met de sociaaleconomische factoren in Brussel. Hierbij maak ik gebruik van het boek Islam en radicalisme bij Marokkanen in Brussel van de Belgisch-Marokkaanse politicoloog Bilal Benyaich (2013) en andere wetenschappelijke bronnen aangevuld met data uit de media. Bij het analyseren van ideologische factoren maak ik wederom gebruik van het boek van Benyaich, aangevuld met data van andere onderzoekers. Om psychologische factoren, zoals omschreven door de Franse islamexpert Olivier Roy, te analyseren heb ik een selectie gemaakt uit leden van het Brusselse terreurnetwerk. Ik heb ervoor gekozen om aan de hand van de achtergrond van Abdelhamid Abaaoud (doodgeschoten door de politie vlak na de aanslagen in Parijs), Salah Abdeslam (gevangen genomen vlak voor de aanslagen in Brussel), Ibrahim el-Bakraoui (blies zichzelf op bij luchthaven Zaventem) en Khalid el-Bakraoui (blies zichzelf op bij metrostation Maalbeek) de these van Roy te toetsen. Ik heb voor deze vier personen gekozen omdat zij als hoofdverdachten zijn aangemerkt en er veel gegevens over hen te vinden zijn in de media.

 

 

Resultaten

Marokkanen en moslims in Brussel
Brussel is historisch gezien een migrantenstad en deze status wordt de laatste jaren alleen maar versterkt. In 2001 had 46,3% van de Brusselaren buitenlandse roots, begin 2011 was dit aantal gestegen naar 62% (62 procent Brusselaars heeft vreemde herkomst, 2012). Een aanzienlijk deel van deze migranten is afkomstig uit Marokko. Naar schatting wonen er ongeveer 150.000 Marokkanen in Brussel, dit is ongeveer 13,5% van de totale Brusselse bevolking. Dit aantal is de laatste jaren explosief gestegen en stijgt nog steeds, Brussel wordt dan ook wel de hoofdstad van de Marokkanen in België genoemd (Benyaich, 2013, p. 13-16). Het aantal moslims in Brussel wordt geschat tussen de 22 en 35 procent. Dit is lastiger in te schatten omdat het begrip moslim subjectiever is dan nationaliteit. Uit onderzoek komt naar voren dat iets meer dan de helft van de Brusselse moslims bewust met het geloof bezig is en dus als ‘bewuste moslim’ kan worden aangemerkt (Benyaich, 2013, p. 35-37). Onder Marokkaanse Brusselaars ligt dit percentage iets hoger, zij zijn over het algemeen godsdienstiger en blijken ook een grotere mate van versterking van de geloofsovertuiging gekend te hebben zo blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Rabat in opdracht van de Koning Boudewijnstichting (Saaf e.a., 2009, p. 107-108).
Bovenstaande cijfers zijn nog niet heel opmerkelijk of schokkend te noemen maar dit beeld verandert als we kijken waar de meeste Marokkanen en moslims in de stad wonen. Bijna de helft van de Brusselaren en ruim driekwart van de allochtonen leeft in driehonderd achtergestelde buurten. In tegenstelling tot de beruchte banlieues in Frankrijk bevinden deze buurten zich niet aan de rand van de stad, maar in het centrum en westen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Wijken als Molenbeek, Schaarbeek en Anderlecht hebben te maken met hoge werkloosheidscijfers, lage levensverwachting, slecht onderwijs, onveiligheid, slechte kennis van de landstaal enzovoorts. Marokkaanse Brusselaars zijn sterk oververtegenwoordigd in deze achterstandswijken, de helft van de Marokkaanse Belgen leeft onder de armoedegrens (Benyaich, 2013). Aangezien deze arme wijken een boog vormen rondom het centrum van Brussel spreekt men wel van de ‘arme sikkel van Brussel’. Inmiddels wordt deze arme sikkel ook wel als de ‘Brusselse halve maan’ aangeduid vanwege de hoge concentratie van moslims in deze gebieden (Benyaich, 2013, p. 16-18). Hieruit volgt niet zozeer diversiteit, maar eerder apartheid. De autochtone en allochtone bevolking van Brussel komen nauwelijks met elkaar in aanraking en leven grotendeels langs elkaar heen. Deze segregatie wordt onder andere in de hand gewerkt door de betaalbaarheid van woningen. Veel migranten beschikken domweg niet over de financiële middelen om zich in ‘betere’ wijken te vestigen.
Sociale en culturele factoren vergroten deze segregatie alleen maar. Bepaalde Brusselse wijken ogen zo Marokkaans of zelfs islamitisch dat het voor veel migranten aantrekkelijk is om zich daar te vestigen (Benyaich, 2013). Dit heeft ook zijn weerslag op het onderwijs. De kloof tussen studieresultaten van autochtone en allochtone leerlingen is bijna nergens zo groot als in België. Uit onderzoek van de Brusselse sociologen Dirk Jacobs en Andrea Rea blijkt dat dit sterk samenhangt met het opleidingsniveau van de moeder. Zij tonen aan dat 75% van de kinderen van moeders die geen opleiding voltooiden, in het lager onderwijs terecht komen. Daartegenover staat dat bijna 90% van de kinderen van moeders die een universitair diploma hebben, in het hoger onderwijs terecht komen (Jacobs en Rea, 2007, p. 4-8). Nu wil het geval dat een aanzienlijk aantal Marokkaanse Brusselaars een ouder heeft die niet in België geboren is. Veel Belgische Marokkanen kiezen ervoor te trouwen met een partner uit Marokko. Hun kinderen worden daarom wel de eeuwige tweede generatie genoemd. Daar komt nog bij de segregatie en discriminatie in het onderwijs. In de arme Brussels wijken zijn veel scholen die grotendeels Marokkaans of Turks zijn en in de rijkere wijken zijn scholen die grotendeels ‘westers’ zijn. Dit geeft jongeren het gevoel alleen op de eigen groep aangewezen te zijn en versterkt het wij-zij denken enorm. Uit het eerder geschetste beeld volgt logischerwijs een hoge werkloosheid onder allochtone jongeren. In een wijk als Molenbeek ligt de jongerenwerkloosheid rond de 54%, een verontrustend aantal (Benyaich, 2013, p. 28-31).
Uit bovenstaande kunnen we concluderen dat het ontzettend slecht gesteld is met de sociaaleconomische omstandigheden van Marokkanen en moslims in Brussel. In hoeverre dit daadwerkelijk per individueel geval een rol speelt is moeilijk te achterhalen, maar het moge duidelijk zijn dat deze omstandigheden het probleem eerder vergroten dan verkleinen.

Het salafisme in Brussel
Volgens de Belgisch-Marokkaanse politicoloog Bilal Benyaich (2013) zijn Marokkaanse Belgen zich in de loop der tijd meer gaan identificeren met de islam. Dit terwijl religie voor de toenmalige gastarbeiders niet zo’n grote rol speelde, het was iets wat deel uitmaakte van hun culturele achtergrond maar men was er niet heel bewust mee bezig. Deze verandering schrijft Benyaich toe aan de bekeringsijver van één land: Saoedi-Arabië. Het promoten van de islamitische identiteit van moslims in niet moslimlanden is één van de pijlers van het Saoedische buitenlandse beleid. Om dit te bewerkstelligen worden moskeeën en islamitische culturele organisaties overal ter wereld ondersteund met de nodige oliedollars (Benyaich, 2013, p. 55).
De staatsdoctrine van Saoedi-Arabië is het wahabisme, vernoemd naar Mohammed Ibn al-Wahab (1703-1792). Abd al-Wahab predikte een terugkeer naar de zuiver islam en verwierp de islamitische rechtsscholen, aangezien deze de Koran op hun manier interpreteren. Deze boodschap vond gehoor bij Mohammed Bin Saud en zo ontstond een pact tussen het wahabisme, ook bekend als salafisme, en het Saoedische koninkrijk (Benyaich, 2013, p. 62-63). In de Verenigde Staten en Europa was men sinds de Iraanse revolutie vooral bang voor het sjiitische gevaar, zo kon het salafisme zich in alle rust ontwikkelen tot dominante ideologie in veel westerse moslimgemeenschappen. Zo ook in Brussel. In 1969 werd het Islamitisch Cultureel Centrum (ICC) opgericht, waar de Saoedi’s vanaf het begin bij betrokken waren. Met steun van de Belgische overheid begon het ICC het salafisme in Brussel te verspreiden. Dit vond vooral ingang bij de, van oorsprong Malekitische (één van de vier soennitische rechtsscholen), Marokkaanse moslims. Marokkaanse moskeeën werden nauwelijks gesubsidieerd vanuit het land van herkomst, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Turkse moskeeën, en bleken vatbaar voor het Saoedische geld (Benyaich, 2013, p. 60-61). Zo ontstonden salafistische organisaties als Sharia4Belgium en het Centre Islamique Belge (CIB). Volgens Benyaich is het salafisme nog nooit zo in bloei geweest als vandaag de dag met dank aan de economische en diplomatieke banden die Saoedi-Arabië onderhoudt met Europa en de Verenigde Staten (Benyaich, 2013, p. 68).
Exacte cijfers zijn niet beschikbaar, maar het moge duidelijk zijn dat het aantal salafisten in Brussel de laatste jaren is toegenomen. Uit recente cijfers van de Belgische onderzoekers Pieter van Ostaeyen en Guy van Vlierden blijkt dat er 589 mensen met de Belgische nationaliteit naar Syrië of Irak zijn vertrokken om zich daar aan te sluiten bij jihadistisch-salafistische milities als IS en Jahbat al-Nusra. Het merendeel komt uit Brussel en velen hebben banden met Sharia4Belgium (Van Ostaeyen, 2016).
Uit bovenstaande kunnen we concluderen dat de invloed van het salafisme op, met name Marokkaanse, moslims in Brussel enorm groot is. Het is duidelijk dat ideologie een rol speelt, het is echter heel moeilijk om te achterhalen of deze als inspiratie of als excuus moet worden gezien.

Het Brusselse terreurnetwerk
Zoals onder het kopje methode uitgelegd heb ik ervoor gekozen om de these van Olivier Roy (2007) te toetsen aan de hand van een analyse van vier leden van het Brusselse terreurnetwerk. Deze vier zijn aangemerkt als hoofdverdachten van de aanslagen in Parijs (13 november 2015) en Brussel (22 maart 2016). Drie terroristen zijn bij de aanslagen of kort erna om het leven gekomen, één zit in hechtenis.

Abdelhamid Abaaoud
            Abdelhamid Abaaoud (28) wordt gezien als het brein achter de aanslagen in Parijs en de leider van het Brusselse terreurnetwerk. Hij wordt omschreven als iemand die meer in het dievenpad en drugs geïnteresseerd was dan in de islam toen hij jong was (The New York Times, 2015). Zijn vader Omar had een kledingwinkel op het marktplein in Molenbeek en Abdelhamid ging naar een exclusieve katholieke school. Op het voortgezet onderwijs ging het al gauw mis, hij spijbelde regelmatig en verliet de school vroegtijdig. In deze periode sloot hij zich aan bij een vriendengroep met onder andere de broers Abdeslam die zich bezig hield met kleine criminaliteit. Hiervoor zat hij in 2010 enige tijd in de gevangenis.
Tot verbazing van zijn eigen familie vertrok Abaaoud in 2014 plotsklaps naar Syrië (The New York Times, 2015). Hij wist ook zijn dertienjarige broertje te overtuigen hem te volgen. Abdelhamid stijgt aldaar snel in de pikorde en geeft al snel leiding aan een tak van de jihadistische beweging IS. Hij is degene die strijders selecteert en traint voor aanslagen in Europa (The New York Times, 2016b). Abdelhamid Abaaoud keert vervolgens zelf terug naar Europa en slaat met zeven andere terroristen keihard toe op 13 november 2015 in Parijs, met 130 doden tot gevolg.

Salah Abdeslam
Het gezin Abdeslam woont al lang in Molenbeek, maar heeft zijn wortels in een Marokkaans kuststadje. Salah (26) wordt in Brussel geboren, maar heeft de Franse nationaliteit meegekregen van zijn Algerijnse vader. Het gezin Abdeslam staat niet bekend als vroom, de moeder heeft zelfs een afkeer van extremistisch gedachtegoed. Ze houdt jeugdvriend Abdelhamid Abaaoud verantwoordelijk voor de radicalisering van haar zoons (NRC, 2016). Salah haalt zijn diploma op de technische school, gaat werken als trammonteur en wordt in 2011 ontslagen. Eind 2010 zit hij een maand vast als hij op heterdaad wordt betrapt bij een inbraak, samen met zijn kompaan Abaaoud. Salah is vanaf dan veel te vinden in het café van zijn broer Brahim. “We rookten joints en we hingen wat rond”, vertelde een vriend in de Franstalige pers. “Hij was iemand die veel succes had bij de vrouwen. Salah was helemaal niet religieus. We keken samen graag naar het voetbal, wedstrijden van de Champions League. Salah was gek op voetbal” (NRC, 2016). In juli 2014 krijgt de antiterreurdienst een melding binnen dat de broers Abdeslam volledig geradicaliseerd zijn. Op 13 november 2015 slaan de broers Abdeslam samen met nog 6 andere terroristen toe in Parijs. Brahim blaast zichzelf op en Salah weet te ontsnappen. Op 18 maart 2016 wordt Salah Abdeslam gearresteerd en hij zit sindsdien in hechtenis (Volkskrant, 2016a).

Ibrahim en Khalid el-Bakraoui
            Ibrahim (29) en Khalid (27) groeiden op in Laeken, een arbeiderswijk in het noordwesten van Brussel. Hun vader, een gepensioneerde slager, is een vrome moslim die emigreerde vanuit Marokko; hun moeder is conservatief en leeft een teruggetrokken bestaan. De broers hebben een indrukwekkende loopbaan van gewelddadige criminaliteit achter de rug (The New York Times, 2016a).
Khalid was vier keer betrokken bij het overvallen van een auto en één keer bij een gewapende bankoverval in 2009 waarbij 41.000 euro werd buitgemaakt. In september 2011 werd hij veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor gewapende overvallen, in bezit hebben van gestolen auto’s en wapenbezit. Khalid werd in 2013 of 2014 echter op borgtocht vrijgelaten. Ibrahim schoot bij een mislukte overval met een Kalasjnikov op een agent en raakte hem daarbij in het been. Ibrahim werd in augustus 2010 veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf voor poging tot moord. Hij werd in oktober 2010 echter op borgtocht vrijgelaten met als voorwaarde dat hij België niet mocht verlaten. Ibrahim werd in juni 2015 opgepakt in Turkije aan de Syrische grens. De Turkse autoriteiten merkten hem aan als een terroristische strijder en zetten hem op het vliegtuig naar Nederland. Inmiddels had Interpol ook een arrestatiebevel gegeven voor Khalid, omdat hij zich niet aan de voorwaarden van zijn borgtocht hield. Hierop huurde hij een appartement in Charleroi, wat later gebruikt werd als safe house door de terroristen achter de aanslagen in Parijs. De broers el-Bakraoui wisten aan de politie te ontkomen bij het onderzoek dat volgde, maar voelden zich opgejaagd (The New York Times, 2016a).
Toen op 18 maar Salah Abdeslam werd gearresteerd besloten ze tot actie over te gaan. De politie vond op een laptop in een vuilnisbeek in Schaarbeek het testament van Ibrahim met de volgende woorden: Ik weet niet meer wat ik moet doen. Ik word overal gezocht en voel mij nergens nog veilig. Ik ben bang om in de gevangenis te belanden” (De Volkskrant, 2016b). Vier dagen na de arrestatie van Abdeslam slaan de broers el-Bakraoui toe. Ibrahim blaast zichzelf op in de ochtend van dinsdag 22 maart in de vertrekhal van het Brusselse vliegveld Zaventem. Een uur later volgt Khalid zijn voorbeeld door zichzelf op te blazen in een metrostel op het Brusselse station Maalbeek. 32 mensen vinden de dood (The New York Times, 2016a).

Islamisering van radicalisme
De vier beschreven terroristen voldoen in grote mate aan het beeld dat Roy schetst. Het zijn kinderen van migranten die in eerste instantie niet overdreven religieus waren. Ondanks dat ze opgroeiden in arme wijken waren ze niet bijzonder kansarm. Ze leefden een vrij normaal ‘westers’ leven in de zin dat ze zich aangetrokken voelden tot alcohol, vrouwen en soms zelfs drugs. Eerst belanden ze op het criminele pad en vervolgens gingen ze zich pas echt in de islam verdiepen. Deze verdieping in de islam en de latere radicalisering ontstond vaak in de gevangenis of in het milieu van een criminele vriendengroep. De Indiaas-Amerikaanse journalist Fareed Zakaria stelt dat de radicalisering van deze jongeren een ultieme daad van rebellie tegen de moderne wereld is. Pas later vinden ze in de radicale islam een ideologie die daarbij past en ook nog eens overal op het internet voorhanden is (Zakaria, (2016). De theorie van Roy is een sterk verklarende factor van de radicalisering van de leden van het Brusselse terreurnetwerk, maar ook sociaaleconomische en ideologische factoren spelen een grote rol.

 

 

Conclusie

De vier geanalyseerde leden van het Brusselse terreurnetwerk voldoen in zekere mate aan alle drie in dit paper geformuleerde theorieën. Het zijn allemaal kinderen van Marokkaanse immigranten die opgroeiden in achterstandswijken in Brussel. Uit de analyse blijkt dat het zeer slecht gesteld is met de sociaaleconomische omstandigheden in deze Brusselse achterstandswijken. Daarnaast hebben deze terroristische jongeren allemaal banden met de salafistische ideologie die vooral door Saoedische oliedollars nog steeds bloeiende is in Brussel. De leider van het terreurnetwerk, Abdelhamid Abaaoud, had zelfs een belangrijke positie binnen de jihadistisch-salafistische groepering IS. Ten slotte waren deze vier jihadisten in eerste instantie niet buitengewoon religieus. Ze begaven zich eerst op het criminele pad en keerden zich daarna pas richting de radicale islam. We kunnen dus concluderen dat zowel psychologische als ideologische en sociaaleconomische factoren een rol spelen bij radicalisering. In welke verhouding dit zich precies voltrekt is lastig te achterhalen en zal per individu verschillen, maar de synthese van deze drie factoren blijkt zeer gevaarlijk.
Om radicalisering en terrorisme in de toekomst tegen te gaan zullen er dus verschillende beleidsinstrumenten moeten worden ingezet. Ten eerste dient de verpaupering van wijken in grote steden worden tegengegaan; ten tweede dient actief de verspreiding van het salafisme worden tegengegaan en de relatie met ‘bondgenoot’ Saoedi-Arabië kritisch te worden geëvalueerd; ten slotte dient er meer ruimte te komen voor een ‘westerse’ of liberale islam en dienen buitenlandse geldstromen te worden afgesneden.

 

Literatuur

62 procent Brusselaars heeft vreemde herkomst. (2012, 29 juni) Opgevraagd op 30 april 2016 van http://www.bruzz.be/nl/nieuws/62-procent-brusselaars-heeft-vreemde-herkomst  

Benyaich, B. (2013). Islam en Radicalisme bij Marokkanen in Brussel. Kessel-Lo: Bilal   Benyaich & Uitgeverij van Halewyck

Burgoon, B. (2006) On Welfare and Terror, Social Welfare Policies and Political-Economic  Root of Terrorism

De Groene Amsterdammer (2015, 22 juli). Olivier Roy over jihadisme en de Europese islam. ‘Het zijn jongeren die hun guerilla zoeken, zoals mijn generatie deed’ 
 Opgevraagd op 29 april 2016 van https://www.groene.nl/artikel/het-zijn-jongeren-die-hun-guerrilla-zoeken-zoals-mijn-generatie-deed

De Volkskrant (2016a, 18 maart). Abdeslam neergeschoten en met vier anderen opgepakt bij politieactie Molenbeek. Opgevraagd op 4 mei 2016 van http://www.volkskrant.nl/buitenland/-salah-abdeslam-opgepakt-bij-politieactie-in-molenbeek~a4265813/

De Volkskrant (2016b, 23 maart). Broers El Bakraoui: van zware gangsters tot zelfmoordterroristen.
 Opgevraagd op 4 mei 2016 van http://www.volkskrant.nl/buitenland/broers-el-bakraoui-van-zware-gangsters-tot-zelfmoordterroristen~a4268662/

Jacobs, R. & Rea, A. De jonge Brusselaars tussen verscheidenheid en tegenspoed. Enquête bij de laatstejaars van de scholen van de stad Brussel, Brussels Studies, nr. 8, 3 september 2007, p. 4 en 8.

NRC (2016, 19 maart 2016). De tramtechnicus die terrorist werd - een portret van Abdeslam. 
 Opgevraagd op 4 mei 2016 van http://www.nrc.nl/nieuws/2016/03/19/de-tramtechnicus-die-terrorist-werd-een-portret-van-salah-abdeslam

Roy, O. Islamic Terrorist Radicalisation in Europe. European Islam - Challenges for Society and Public Policy (2007)

Roy, O. (2016, 11 januari). The Islamization of Radicalism. Opgevraagd op 2 mei 2016 van http://www.madamasr.com/opinion/islamization-radicalism

Saaf, A. e.a., Belgische Marokkanen. Een dubbele identiteit in ontwikkeling, Koning Boudewijn Stichting, juni 2009, p. 107-108.

The New York Times (2015, 17 november). An ISIS Militant From Belgium Whose Own Family Wanted Him Dead. Opgevraagd op 4 mei 2016 van http://www.nytimes.com/2015/11/18/world/europe/paris-attacks-abdelhamid-abaaoud-an-isis-militant-from-belgium-whose-own-family-wanted-him-dead.html

The New York Times (2016a, 24 maart). Ibrahim and Khalid el-Bakraoui: From Bank Robbers to Brussels Bombers.
 Opgevraagd op 4 mei 2016 van http://www.nytimes.com/2016/03/25/world/europe/expanding-portraits-of-brussels-bombers-ibrahim-and-khalid-el-bakraoui.html?_r=0

The New York Times (2016b, 29 maart). How ISIS Built the Machinery of Terror Under Europe’s Gaze. Opgevraagd op 4 mei 2016 van http://www.nytimes.com/2016/03/29/world/europe/isis-attacks-paris-brussels.html

Van Ostaeyen, P. (2016, 3 april). April 2016: A new statistical update on Belgian fighters in Syria and Iraq. Opgevraagd op 3 mei 2016 van https://pietervanostaeyen.wordpress.com/2016/04/03/april-2016-a-new-statistical-update-on-belgian-fighters-in-syria-and-iraq/

Wiktorowicz, Q. (2006) Anatomy of the Salafi Movement. Studies in Conflict and Terrorism

Wolfensohn, James D. 2002. Fight terrorism by ending poverty. New Perspectives Quarterly 19 (2): 42.

Wood, G. (2015) What ISIS Really Wants. The Atlantic

Zakaria, F. (2016, 4 april). Fareed's Take: Terror lessons from the Brussels attacks. Opgevraagd op 6 mei 2016 van http://edition.cnn.com/videos/tv/2016/04/04/exp-gps-0403-take-brussels.cnn





 

 

Advertenties