POPULISME spanningsveld tussen democratie en rechtsstaat

Geplaatst: juli 11, 2014 in Politiek

Inleiding

Het populisme is de laatste jaren sterk in opkomst in Westerse democratieën. Partijen als Front National en UKIP hebben tijdens de Europese parlementsverkiezingen eclatante overwinningen behaald. In Nederland is, met de opkomst van Pim Fortuyn en heden ten dage Geert Wilders, het populisme ook aan een opmars bezig. Onder academici lijkt geen duidelijke consensus over de gevolgen van deze ontwikkeling. Sommigen zien het populisme als inherent aan de democratie, anderen juist als een bedreiging voor de democratie. Essentieel in deze discussie is welke vorm van democratie men voor ogen heeft. De vorm van democratie wordt met name bepaald door de verhouding tussen democratie en rechtsstaat. In dit paper analyseer ik de rol die de opkomst van het populisme speelt in die verhouding. De centrale vraag luidt dan ook als volgt: Welke invloed heeft de opkomst van het populisme op  de verhouding tussen democratie en rechtsstaat in Nederland?
Om deze vraag te beantwoorden moeten we eerst helder krijgen wat precies wordt bedoeld met populisme. Vervolgens zal ik conceptualiseren wat de verhouding tussen democratie en rechtsstaat precies is en hoe deze idealiter zou moeten zijn. In de analyse zal ik kijken of er daadwerkelijk sprake is van populisme en zo ja, welke omvang dit populisme heeft. Aan de hand daarvan zal ik de invloed die het populisme heeft op de verhouding tussen democratie en rechtsstaat analyseren.

 

Theoretisch kader

Populisme
Het begrip populisme is populair in de hedendaagse literatuur. Toch geven de verschillende definities aan dat het kennelijk onmogelijk is om tot een eenduidige en expliciete definitie te komen. Het gaat hier om een wezenlijk omstreden begrip, dat wil zeggen dat de betekenis door meerdere relevante en soms normatieve aspecten bepaald wordt. Volgens Canovan (1999, p. 3) is populisme “an appeal to ‘the people’ against both the established structure of power and the dominant ideas and values of society”, Mudde (2004, p.  543) omschrijft het als “an ideology that considers society to be ultimately separated into two homogeneous and antagonistic groups, ‘the pure people’ versus ‘the corrupt elite’, and which argues that politics should be an expression of the volonté générale (general will) of the people”. Albertazzi en McDonnell (2008, p. 3) ten slotte, hebben het over “an ideology which pits a virtuous and homogeneous people against a set of elites and dangerous ‘others’ who are together depicted as depriving (or attempting to deprive) the sovereign people of their rights, values, prosperity, identity, and voice”. Deze drie definities hebben gemeen dat ze populisme zien als een stroming die ‘het volk’ afzet tegen ‘de elite’. Albertazzi en McDonnell voegen hier nog de groep ‘de anderen’ aan toe. Door het toevoegen van ‘de anderen’, waarmee immigranten worden bedoeld, wordt duidelijk over welke vorm van populisme het hier gaat, namelijk xenofobisch populisme. Deze vorm van populisme richt zich vooral op immigratie, criminaliteit en corruptie (Mudde en Kaltwasser, 2013). Met name dit xenofobisch populisme is de laatste jaren in opkomst in West-Europa, daarom wordt in het vervolg van dit paper vooral uitgegaan van de definitie van Albertazzi en McDonell. Er is sprake van een antagonistische relatie tussen ‘het volk’, ‘de elite’ en ‘de anderen’. De populisten stellen dat zij opkomen voor de belangen van ‘het volk’ en zijn daarmee automatisch tegen ‘de elite’ en de ‘anderen’. Zij suggereren dat er een volonté générale bestaat, oftewel een algemene volkswil. Er wordt een wij/zij tegenstelling gecreëerd tussen ‘het volk’ enerzijds en ‘de elite’ en ‘de anderen’ anderzijds (De Lange en Rooduijn, 2011).

 

Democratie en rechtsstaat
“Regering van het volk, door het volk, voor het volk”, zo definieerde Abraham Lincoln democratie ooit. Als we van deze definitie uitgaan is populisme misschien wel de vorm van politiek die directe democratie het meest benadert. West-Europa kent echter geen directe democratie, maar een liberale representatieve democratie. Een directe democratie is praktisch niet haalbaar, vandaar een representatieve democratie, maar waar het hier om gaat is het predicaat liberaal.
In een liberale democratie speelt de rechtsstaat een belangrijke rol. Thomassen omschrijft het als volgt: “liberal democracy, of de democratische rechtsstaat zoals wij liever zeggen, wordt gekenmerkt door een precaire balans tussen de beginselen van de rechtsstaat enerzijds en die van de democratie, maar dan begrepen in zijn beperkte betekenis van regering door het volk, anderzijds” (2011, p. 5). In een rechtsstaat wordt de macht van de overheid ingeperkt door wetten, dit idee staat in nauw verband met grondrechten en mensenrechten. Ook de overheid moet zich dus houden aan de geldende wetten, dit om machtsmisbruik te voorkomen. De staat mag de rechten en vrijheden van burgers niet zomaar beperken of afpakken. De drie kenmerken die aan de rechtsstaat worden toegeschreven zijn: 1. de heerschappij van de wet, 2. de scheiding der machten, waaronder de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en 3. de waarborging van de klassieke grondrechten (Wilders tast fundament rechtsstaat wel aan, 2010). Het belangrijkste doel van de rechtsstaat is het beschermen van individuen en minderheden tegen de macht van de meerderheid.
Aangezien het populisme uitgaat van een algemene volkswil is er in het populisme weinig ruimte voor  minderheden. De algemene volkswil is immers de wil van de meerderheid en deze is per definitie juist. Volgens Kornhauser (1959) spreken we van een liberale democratie als in een land zowel de democratie als de rechtsstaat sterk zijn ontwikkeld. Als de democratie sterk is ontwikkeld en de rechtsstaat zwak, is er sprake van een populistische democratie. Een sterke rechtsstaat en een zwakke democratie leidt tot een aristocratie. Bij een zwakke ontwikkeling van beide ten slotte, spreekt Kornhauser van een autocratie. Essentieel in deze is dus de verhouding tussen democratie en rechtsstaat. Zoals in de typologie van Kornhauser te zien is, vormt populisme geen bedreiging voor de democratie, maar wel voor de rechtsstaat. Dit komt met name doordat, zoals eerder vermeldt, populisten de wil van de minderheid als onjuist zien, terwijl de rechtsstaat juist als doel heeft deze minderheid te beschermen. Daarnaast is populisme vooral gebaseerd op directe democratie, de rechtsstaat met zijn constituties is voor veel populisten vooral een sta-in-de-weg (Thomassen, 2011, p.6). In Nederland is sprake van een sterke rechtsstaat en een sterke democratie, de vraag is echter in hoeverre het opkomende populisme deze verhoudingen kan verstoren. Kan het populisme redelijkerwijs in staat worden geacht de rechtsstaat zo te verzwakken dat Nederland van een liberale democratie naar een populistische democratie gaat? Om deze vraag te kunnen beantwoorden is een analyse van het populisme in Nederland nodig.


Analyse

Populisme in Nederland
Als er in Nederland één partij als populistisch wordt geprofileerd is het wel de Partij voor de Vrijheid (PVV) van Geert Wilders. De vraag is of deze profilering juist is. Als de PVV een populistische partij is moet ze voldoen aan de eerder genoemde criteria. Er moet sprake zijn van een wij/zij tegenstelling tussen ‘het volk’ enerzijds en ‘de elite’ en ‘de anderen’ anderzijds. Wilders gebruikt niet vaak letterlijk de zinsnede ‘het volk’, volgens Lucardie is hij voor deze retoriek te veel liberaal gebleven (2007, p. 180). Wel gebruikt hij termen als ‘de gewone mensen’ en ‘de burgers’. Daarnaast haalt Wilders vaak Henk en Ingrid aan als afspiegeling van het gewone volk. In het voorwoord van het verkiezingsprogramma van de PVV 2010-2015 staat het volgende: De multiculturele nachtmerrie die ons wordt aangedaan kunnen we en willen we niet als een vaststaand feit aanvaarden. Het Nederlandse volk heeft niet om de massa-immigratie gevraagd en moet daar dan ook niet de prijs voor betalen. De schuld ligt niet bij Henk en Ingrid. De schuld ligt bij de linkse elites die denken dat de wereld er uit ziet als Woodstock (Verkiezingsprogramma PVV, 2010, p. 7). Dit voorwoord is geschreven door de voorzitter van de PVV, genaamd Geert Wilders. Hij heeft het over ‘het Nederlandse volk’, ‘massa-immigratie’ en ‘de linkse elites’. Aan alle criteria van xenofobisch populisme wordt voldaan. De vraag of de PVV een populistische partij is kan volgens eerder genoemde definities dus volmondig met ja worden beantwoord.
Een andere partij die in mindere mate als populistisch wordt geprofileerd is de Socialistische Partij (SP). De SP voldoet in zekere zin wel aan het criterium van de tegenstelling tussen ‘het volk’ en ‘de elite’, maar zet zich minder af tegen ‘de anderen’. Hoewel de partij kritisch is ten opzichte van verdergaande Europese integratie, wordt het economisch neoliberalisme als voornaamste vijand afgeschilderd. Er is hier dus geen sprake van xenofobisch populisme zoals eerder gedefinieerd, maar meer van sociaal populisme. Daarnaast maakt de SP volgens De Lange en Rooduijn (2011) steeds minder gebruik van een anti-establishment discours. Het populisme in Nederland moet dus vooral gezocht worden bij de PVV.

 

De omvang van het populisme in Nederland
Uit het voorgaande blijkt dat er sprake is van populisme in Nederland. De vraag is echter of het populisme genoeg slagkracht heeft om een serieuze bedreiging te vormen voor de rechtsstaat. Hoeveel aanhang heeft de PVV en blijft het populisme beperkt tot deze partij of is er sprake van een populistische tijdgeest? De eerste vraag is vrij makkelijk te beantwoorden door de recente peilingen te raadplegen. In deze peilingen krijgt de PVV 22 van de 150 zetels toebedeeld, dat is 14,7 procent van het geheel. Momenteel zegt 14,7 procent van de Nederlandse kiesgerechtigden dus haar stem te geven aan een populistische partij. Het aantal PVV- stemmers is de laatste jaren vrij stabiel, bij de Tweede Kamer verkiezingen van 2010 kreeg de PVV 15,5 procent van de stemmen (‘Databank Verkiezingsuitslagen’, z.j.). Er is dus sprake van een lichte afname en zeker geen explosieve groei. Uit deze gegevens valt te concluderen dat een vrij klein gedeelte van de Nederlandse bevolking op een xenofobisch populistische partij stemt en dat het niet aannemelijk is dat dit in de komende jaren explosief zal toenemen.
Dan naar de tweede vraag: blijft het populisme beperkt tot de PVV of is er sprake van een populistische tijdgeest? Volgens Mudde (2004, p. 542) is er sprake van een populistische ‘Zeitgeist’: “today populist discourse has become mainstream in the politics of western democracies”. Deze stelling wordt echter enkel onderbouwd met enkele voorbeelden uit Groot-Brittannië. Een nogal mager bewijs voor een gedurfde stelling. De Lange en Rooduijn (2011) stellen dan ook dat het te kort door de bocht is om te spreken van een populistische tijdgeest. Uiteraard gaat het electorale succes van de PVV ten koste van de gevestigde partijen en dienen deze partijen daarop te reageren. Dit zouden ze kunnen doen door zelf populistisch te worden, maar dit gebeurt nauwelijks. Volgens de Lange en Rooduijn (2011) spreken de gevestigde partijen de kiezer wel directer aan, maar zetten zij zich niet af tegen het establishment. De aanhang van (rechts) populistische partijen groeit, maar dit heeft niet tot gevolg dat de gevestigde partijen daarmee het populisme overnemen. Uit deze gegevens valt hooguit de conclusie te trekken dat de retoriek van de gevestigde partijen populairder is geworden, maar er lijkt geen sprake te zijn van een populistische ‘Zeitgeist’.

 

De invloed van het populisme
Zoals eerder vermeld is er sprake van een spanningsveld tussen het populistische gedachtegoed enerzijds en de rechtstatelijke  principes die ten grondslag liggen aan de liberale democratie anderzijds. Deze spanning hoeft geen probleem te vormen als het populisme beperkt blijft tot kleine groeperingen die weinig invloed uitoefenen (Mény en Surel, 2002, p. 19). Eerder zijn al de conclusies getrokken dat de PVV de laatste jaren nauwelijks groeit en dat er geen sprake lijkt te zijn van een populistische ‘Zeitgeist’. Nu rijst de vraag of de opvattingen van de PVV daadwerkelijk botsen met de fundamenten van de rechtsstaat en in hoeverre deze opvattingen de rechtsstaat kunnen aantasten. Dit zullen we bekijken aan de hand van twee casussen. Ten eerste de uitspraak van Geert Wilders aangaande minder Marokkanen.
Tijdens een bijeenkomst voor de gemeenteraadsverkiezingen begin 2014 kwam hij in opspraak door zijn ‘minder-Marokkanen-uitspraak’ (‘Wilders laat publiek scanderen: ‘Wij willen minder Marokkanen’’, 2014). Wilders vroeg aan zijn aanhang: “Willen jullie meer, of minder Marokkanen?”. Waarop de PVV’ers in de zaal minder, minder, minder scandeerden. Deze uitspraak is een schoolvoorbeeld van xenofobisch populisme dat met de grondbeginselen van de rechtsstaat tart. Een bepaald gedeelte van ‘het volk’ verzoekt ‘de anderen’ vriendelijk te vertrekken uit ‘hun’ land. De minderheid, Marokkanen, wordt in die zin dus bedreigd. Wilders weet echter ook wel dat het onmogelijk is om een bepaalde bevolkingsgroep zomaar het land uit te zetten, de rechtsstaat voorkomt dat immers. Later nuanceerde hij zijn uitspraak dan ook door te zeggen dat hij op criminele Marokkanen doelde. Vanuit heel Nederland werd verontwaardigd gereageerd op de uitspraken van Wilders. Met name vanuit de politiek werd meteen afstand genomen, geen van de andere partijen toonde ook maar enig begrip voor de uitspraken. Onder de bevolking waren de meningen minder eensgezind. Uit een peiling van Maurice de Hond bleek dat 44 procent van de Nederlanders het eigenlijk wel met Wilders eens was (‘Minder Marokkanen leeft veel minder onder jongeren’, 2014). Anderen besloten massaal aangifte te doen tegen Wilders, wat weer een discussie deed oplaaien over de grenzen aan het in de rechtsstaat verankerde recht op vrijheid van meningsuiting. Dit geeft aan hoe precair de situatie van de rechtsstaat is. Enerzijds dient de rechtsstaat op te komen voor minderheden, anderzijds dient ze op te komen voor het vrije woord.  De massale afkeur vanuit de gevestigde politieke partijen op de uitspraak van Wilders geeft aan dat er in de politiek weinig ruimte is voor xenofobisch populisme. Het feit dat er nog geen massale uittocht van Marokkaanse Nederlanders plaatsvindt geeft aan dat het vooral bij controversiële uitspraken blijft. Wilders ziet zichzelf juist als een voorvechter van de vrijheid van meningsuiting, één van de belangrijkste grondrechten van de rechtsstaat. Deze kwestie laat zien wat het belang is van een degelijke rechtsstaat, maar ook dat bepaalde in de rechtsstaat vastgelegde grondrechten moeilijk met elkaar te rijmen zijn. Enerzijds is Wilders een tegenstander van de bescherming van minderheden die de rechtsstaat voor ogen heeft, anderzijds is hij een voorvechter van de vrijheid van meningsuiting.
De tweede casus behandelt de houding van de PVV ten opzichte van de onafhankelijke rechterlijke macht. In het verkiezingsprogramma van de PVV 2010-2015 valt het volgende te lezen: Niet alleen politici moeten gekozen worden, maar ook de rechters en de officieren van justitie. De beste manier om een eind te maken aan de wereldvreemdheid van rechters is niet alleen het invoeren van minimumstraffen, maar ook de democratisering van de rechterlijke macht. Reken maar dat hun straffen dan een stuk meer in lijn zullen zijn met hoe de burgers er over denken (Verkiezingsprogramma PVV, 2010, p. 17). Hieruit valt duidelijk op te maken dat de PVV een einde wil maken aan de scheiding tussen de wetgevende en de rechterlijke macht. Democratisering van de rechterlijke macht betekent dat de meerderheid bepaalt hoe er gestraft moet worden. De PVV is dus tegen de in de rechtsstaat verankerde scheiding der machten en de daaruit volgende onafhankelijke rechtspraak. Ook wordt hier wederom gesuggereerd dat er sprake is van een volonté générale. De opvattingen van de PVV aangaande de rechterlijke macht worden echter door geen enkele andere politieke partij gedeeld.
De populistische retoriek van Wilders botst dus vooral op het gebied van de scheiding der machten en de onafhankelijke rechtspraak met de grondbeginselen van de rechtsstaat. Wat betreft de klassieke grondrechten legt de partij de accenten op andere aspecten van de rechtsstaat, namelijk alleen op die aspecten die haar het beste uitkomen. De invloed van de PVV is echter te klein om daadwerkelijk een bedreiging voor de rechtsstaat te vormen. Er vinden onder invloed van Wilders wel degelijk discussies omtrent de rechtsstaat plaats, maar deze discussies vinden vooral plaats binnen het domein van de rechtsstaat. De precaire verhouding tussen democratie en rechtsstaat lijkt dus niet zozeer in het geding, hoogstens hoe invulling te geven aan de rechtsstaat in dynamische tijden.

 

Conclusie


Het blijkt dat er in Nederland wel degelijk sprake is van xenofobisch populisme. Dit populisme wordt echter enkel vertegenwoordigd door de PVV en trekt om en nabij 15 procent van het totale electoraat. De PVV is de laatste jaren nauwelijks gegroeid en het lijkt ook niet aannemelijk dat de partij de komende jaren explosief zal groeien. Het populisme blijft in Nederland enkel beperkt tot één partij, er is dus geen reden om aan te nemen dat er sprake is van een populistische ‘Zeitgeist’ in Nederland. Uit de analyse blijkt dat bepaalde opvattingen van de PVV rechtstreeks tegen de beginselen van de rechtsstaat ingaan. Wilders pleit in zijn verkiezingsprogramma voor het afschaffen van de scheiding tussen de wetgevende en de rechterlijke macht en daarmee keert hij zich tegen de onafhankelijke rechtspraak. Daarnaast gaat hij met zijn retoriek in tegen de kern van de rechtsstaat, namelijk de bescherming van minderheden. Uit de praktijk blijkt echter dat dit bij retoriek blijft. De invloed die de populisten hebben is te klein om een serieuze bedreiging te vormen voor de rechtsstaat.     Daarnaast ziet Wilders zichzelf juist als een voorvechter van de in de rechtsstaat vastgelegde vrijheid van meningsuiting. De discussie die het opkomende populisme losmaakt is dus vooral gebaseerd op welke aspecten van de rechtsstaat moeten prevaleren.
Volgens rechtsfilosoof Paul Cliteur is het echter te veel eer om het ontstaan van deze discussie volledig aan het populisme toe te schrijven, ook de multiculturele samenleving en de Europese wetgevingen spelen hierin een belangrijke rol. Onze rechtsstaat is de laatste decennia onder druk komen te staan door de multiculturele samenleving en de Europese wetgeving, zo stelt hij. Ironisch genoeg zijn dit juist ‘de anderen’ waar populist Wilders voor waarschuwt. Dit zou een interessante invalshoek kunnen zijn voor een vervolgonderzoek.
De conclusie van dit literatuuronderzoek is dat het populisme weinig invloed lijkt te hebben op de verhouding tussen democratie en rechtsstaat in Nederland. Hoogstens draagt het opkomende populisme bij aan een hernieuwde discussie over de staat van de rechtsstaat.

 

 

Literatuur

Boeken en artikelen

–          Albertazzi, D. en D. McDonnell (2008) ‘Introduction: The sceptre and the spectre’ in D. Albertazzi en D. McDonnell (red.) Twenty-First Century Populism. The Spectre of Western European Democracy. Londen: Palgrave, blz. 1-11.

–          Canovan, M. (1999) Trust the People! Populism and the two faces of Democracy. Political Studies 47 (1): 2-16.

–          Kornhauser, W. (1959) The Politics of Mass Society. Glencoe: The Free Press

–          Lange, S.L. de en Matthijs Rooduijn (2011) Een populistische tijdgeest in Nederland? Een inhoudsanalyse van de verkiezingsprogramma’s van politieke partijen. In: Andeweg, R. en Thomassen, J. (red.) (2011) Democratie doorgelicht. Het functioneren van de Nederlandse democratie. Leiden: Leiden University Press (pp. 319-334).

–          Lucardie, P. (2007) Rechts-extremisme, populisme  of democratisch patriottisme? Opmerkingen over de politieke plaatsbepaling van de Partij voor de Vrijheid en Trots op Nederland.

–          Mény, Y. en Y. Surel (2002) ‘The constitutive ambiguity of populism’ in Y. Mény en Y. Surel (red.) Democracies and the Populist Challenge. Londen: Palgrave, blz. 1-21.

–          Mudde, C. en Kaltwasser C.R. (2013) Populism

–          Mudde, C. (2004) The Populist Zeitgeist. Government & Opposition 39(3) : 541-563.

–          Thomassen, J. (2011) Populisme: Verrijking of bedreiging van de democratie?

–          Verkiezingsprogramma PVV (2010) De agenda van hoop en optimisme. Een tijd om te kiezen: PVV 2010-2015

Websites

–          Databank Verkiezingsuitslagen (z.j.). Opgevraagd op 19 juni 2014 van  http://www.verkiezingsuitslagen.nl/Na1918/Verkiezingsuitslagen.aspx?VerkiezingsTypeId=1

–          Minder Marokkanen leeft veel minder onder jongeren (2014) Opgevraagd op 19 juni 2014 van http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2686/Binnenland/article/detail/3647450/2014/05/03/Minder-Marokkanen-leeft-veel-minder-onder-jongeren.dhtml

–          Wilders laat publiek scanderen: ‘Wij willen minder Marokkanen’ (2014). Opgevraagd op 19 juni van http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2784/Verkiezingen/article/detail/3618750/2014/03/20/Wilders-laat-publiek-scanderen-Wij-willen-minder-Marokkanen.dhtml

–          Wilders tast fundament rechtsstaat wel aan (2010). Opgevraagd op 25 juni van
http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2686/Binnenland/archief/article/detail/1020477/2010/08/14/Wilders-tast-fundament-rechtsstaat-wel-aan.dhtml

 


Advertenties
reacties
  1. […] achterban het volledig mee eens zal zijn (lees hier meer over het populisme van Wilders: https://jaapvanark.wordpress.com/2014/07/11/populisme-spanningsveld-tussen-democratie-en-rechtsstaat/) . Met andere woorden, deze vervolging zal hem electoraal gezien geen windeieren leggen. Wilders […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s